Het ontstaan

De geschiedenis van het “voetballen” in Steenwijksmoer gaat terug naar de tijd van vóór de oorlog. Hoewel 1951 het oprichtingsjaar van de v.v. Protos is, waren er ook diverse pogingen om ver voor die tijd het voetballen in Steenwijksmoer een officieel karakter te geven. Van de dertiger jaren zijn er twee namen bekend van het voetballen in georganiseerd verband, nl. S.D.O. (Samenspel Doet Overwinnen) en I.D.O. (In De Opgang ). Het was in die dagen erg moeilijk om aan een perceel grond te komen van de vereiste breedte. Steenwijksmoer was toen nog opgedeeld in venen (slagen) van 25 tot 30 meter breed. Het dempen van een sloot bracht de oplossing en zo kon er gevoetbald worden op een stuk weiland. Dit eerste veld was gelegen achter de woning van Woelders (thans Tonny Dingenouts) tegenover het Dorpshuis.

Natuurlijk waren er toen geen kleedkamers en of douches. Men kon zich echter omkleden en het ergste vuil afspoelen bij de plaatselijke caféhouder Bertus Assen, waar ook het clublokaal was ondergebracht. De crisistijd, het ontbreken van junioren-elftallen en de mobilisatie in 1939 waren de oorzaken van de opheffing van de club.

Reeds snel na de oorlog kwam in Steenwijksmoer de behoefte om samen te gaan voetballen weer boven drijven In 1946 werd een nieuwe vereniging opgericht genaamd S.V.C. (Steenwijksmoer Vossebelt Combinatie). Er werd een weiland gevonden, aan de Kerkweg achter de boerderij van de fam. Juurlink, wat ongeveer aan de afmetingen voldeed. Dit voetbalveld werd zelfs officieel geopend met muziek van de plaatselijke fanfare en het doorknippen van een lint door pastoor Slosser, die hierbij de historische woorden sprak: “Zonde van dat mooie lint”. Met een handzaag waren uit oude lantaarnpalen de benodigde doelpalen op juiste lengte en dikte gezaagd. Een echte leren bal werd zelfs uit Limburg gehaald. De shirtjes waren toen ook al blauw, terwijl de witte broekjes hoofdzakelijk werden gemaakt van kippenvoerzakjes en meelzakjes van bakker Mars. Op sommige van die zakjes was met grote letters “Prima Kwaliteit” gedrukt.Zo kon het gebeuren dat er voetballers in het veld liepen (o.a. Ab en Berend Dekker) met van voren “Prima” en van achteren “Kwaliteit” op de broek.

“S.V.C.” meldde zich aan bij de Drentse voetbalbond maar erkenning werd geweigerd omdat men zich maar moest aansluiten bij een Coevorder vereniging. Dat was in dit geval “Raptim”. De heer Smithuis van Raptim was fel tegen een nieuwe voetbalclub in Steenwijksmoer. Door deze verplichting werd er één jaar gespeeld onder de naam “Raptim 3”. Na dat jaar haakte de hele ploeg af. Het duurde echter nog drie jaar voordat de vereniging een officiële goedkeuring kreeg. Dit was mede te danken aan Bertus Assen en slager Kok, die ’s avonds na hun werk met de tram naar Assen gingen om bij de Drentse voetbalbond te pleiten voor een eigen vereniging.
Toen “S.V.C.” zich aansloot bij N.K.V.V. en er als zondagafdeling gevoetbald werd bij de afdeling Zwolle, werd dit de Drentse voetbalbond te Assen te gortig. Er kwam in de zomer van 1951 goedkeuring om een eigen vereniging op te richten. Het doorzettingsvermogen werd beloond om onder eigen naam te kunnen spelen.